Selecteer een pagina

Ik werd laatst benaderd door iemand die begeleid wilde worden, maar niet wist wat haar vraag was. Wel was ze kort geleden tot het inzicht gekomen dat er ‘nog van alles mis’ met haar was, na een stevig gesprek met iemand die ze hoog heeft zitten. Haar best-wel-positieve zelfbeeld was als sneeuw in de zon verdwenen: eigenlijk was ze nog nergens met zichzelf. Ze vroeg aan mij of ik wilde helpen. Maar waarmee eigenlijk?

Normaal
Het punt waarop je besluit om een hulp in te schakelen bij dat waar je innerlijk mee worstelt, is zo persoonlijk. Vaak gebeurt het pas als je ervan overtuigd bent dat je een groot probleem hebt. Dat er iets mis met je is. Dat al het oude niet meer werkt. Dat je je omgeving tot last bent. Dan moet er iets gefixt worden, zodat je weer normaal kunt functioneren. Maar het woord ‘normaal’ zegt toch vooral iets over de ogen van de buitenwereld. Waar wil je eigenlijk zelf naartoe?

We zitten vol met oordelen en innerlijke stemmen die ons zeggen dat we links moeten, of rechts. Die ons berispen als we niet doen wat van ons verwacht wordt. Die ons ervan weerhouden om te voelen. Die ons ervan behoeden om met onszelf te zijn, uit angst om alleen te komen te staan. Maar voor je het weet, ben je bezig een perfect mens te worden. En meestal is dat niet waar bloed sneller van gaat stromen.

Je eigen beste vriend
Want wat nou als je tevoorschijn zou komen met alles wat je in je hebt? Wat nou als je van binnen durft te voelen waar je naar verlangt, en daar gewoon voor gaat? Wat nou als je je eigen beste vriend zou zijn- die vriend die je eeuwig trouw blijft en die je al het geluk van de wereld gunt? Wat nou als je al die opgeheven vingertjes, die goed verstopte wachters in de struiken, niet langer uit de weg gaat? Wat nou als je niet weet waar je uit komt, maar gewoon op weg zou gaan? Niet omdat er iets mis is met waar je nu bent, maar omdat je ergens voelt dat er buiten je poorten nog zoveel meer leven is? Is dat asociaal? En zo ja, wie vindt dat eigenlijk echt?

Licht en donker
Het was zo moeilijk om haar uit te leggen dat ik niet op ging lossen wat er mis met haar was. Dat ik dat niet kon, en dat ik er vanuit ging dat ze helemaal okee was. Ik kon haar ook niet beloven dat ze klinkende resultaten ging boeken en van al haar sores af zou zijn. Licht en donker horen nou eenmaal bij elkaar.

Ik kon haar wel vertellen dat ze alleen een ander uitzicht krijgt, als ze op reis zou durven gaan. Als ze het huis durfde te verlaten dat ze zo stevig om zichzelf heen had gebouwd- al was het maar heel even. Ik zou gewoon een stukje met haar meelopen, ik zou niet schrikken van wat we tegen kwamen. Ik zou er zijn als het donker werd, ik zou haar wijzen op het uitzicht dat ze niet zag. Ik zou een hand uitsteken als ze weg dreigde te zakken in de klei, en doorgaan, omdat er na zachte klei ook altijd weer vaste grond komt. Niet omdat er iets mis is, maar uit liefde voor alles wat geleefd wil worden. En gewoon, omdat je niet alles alleen hoeft te doen.

Ik raakte haar, maar ze twijfelde. Want dit kado doen aan jezelf – mag dat wel?