Gister werkte ik aan mijn website. Ik wilde duidelijker zijn. Er moest geschrapt worden, maar ook geschreven. Echt heldere gedachten had ik niet, toch schreef ik. Net als nu. Terwijl ik schreef, wist ik dat ik net zo goed een compleet andere tekst had kunnen schrijven. Wat ik misschien ook gedaan had als ik die nacht een andere droom had gehad, als de koffie op was geweest, als ik een onverwacht telefoontje had gekregen of als het buiten was gaan stormen. Wat niet zo was.

Kast
Het was geen onzin, wat ik schreef. Maar erg verheffend was het ook niet. Ik had wel honderd verschillende versies kunnen schrijven, het had niet uitgemaakt. Er ging niets open, er kwam niets nieuws. Toen ik klaar was, voelde het alsof ik een kast had opgeruimd. De woorden bleven woorden, alleen lagen ze er anders bij. Verder bleef het stil.

Verveeld
In de avond deed ik een online inquiry met iemand. Een inquiry is een oefening waarbij je afdaalt in jezelf en onderzoekt wat er in je leeft. Daar geef je woorden aan, of stilte, de ander is daar getuige van. Simpel en zo verhelderend. Toen ik aan de beurt was, raakte ik al snel verveeld van mijn eigen woordenstroom. Oude koeien, bekende paadjes, blablabla. Ik kreeg het beeld van een zee vol woorden, met hoge golven, waarin ik spartelend het hoofd boven water hou- bang voor de ruimte onder mij.

Kunstje
Nu schrijf ik weer een stukje. Ik ontkom niet aan de gedachte dat het een kunstje is. Dat woorden van alles doen- dat ze raken, communiceren, vastpakken, ordenen, overtuigen, duiden –┬á maar dat ze ook erg veel verstoppen. Dat ze me weghouden van die grote ongrijpbare ruimte waarin ik het niet weet. Waarin ik me klein voel, onthand, onzeker, somber soms. Waarin de leegte zo voelbaar is- maar de opwinding ook. Wat ligt daar, in het donker?

Doorgang
Het is veelgevraagd, om daar lang te zijn. Het geeft spanning in mijn onderbuik, reuring in mijn borst. Maar ik voel dat er in die leegte iets wacht. Een nieuwe taal, een nieuw gebied, een plek waarin ik samen val. Al een tijdje zoek ik de doorgang, om erbij te kunnen komen. Ik stel me een klein, frisgroen blaadje voor, dat tevoorschijn komt als ik lang genoeg heb geloofd dat het bestaat.

Nu maar hopen dat dat ook zo is.

Advies aan de lezer: neem deze woorden niet te serieus. Het hadden er duizend andere kunnen zijn.